The Artist
|
| Waardering: | 4.0 (1) |
| Regie | Michel Hazanavicius |
| Scenario | Michel Hazanavicius |
| Hoofdrollen | James Cromwell • John Goodman • Jean Dujardin • Bérénice Bejo |
| Genre | Drama • Historisch • Komedie • Romantisch |
| Kijkwijzer |
|
| Speelduur | 100 min. |
| Link IMDB |
|
| Trailer |
Gebruikerswaardering
| Waardering: | 0.0 (0) |
Ode aan de zwijgende cinema
Spreken is zilver, zwijgen is goud. Zo’n beetje het adagium van acteur George Valentin (een tiptop Jean Dujardin), genietend van zijn avontuurlijke acties op het witte doek, in het tijdperk van de stomme film - eind jaren ’20.
Geluidloos, en met zijn onweerstaanbare grijns, beneemt hij de adem van het publiek. Totdat de eerste geluidsfilm zijn intrede doet. ‘Dit is de toekomst, George’, legt zijn producent (John Goodman, met sigaar) hem voor.
De wereld, inclusief zijn huwelijk, dreigt te gaan ontploffen in een uitbarsting van geluid, als danseres Peppy Miller (een kokette Bérénice Bejo), die hij even tevoren aan een rolletje hielp, uitgroeit tot de ster van de ‘talkies’: films waarin je mensen echt kunt horen praten. Zal hij nog gezien worden? Zal hij geliefd zijn? Deze artiest kent een eenvoudig, maar herkenbaar hartsverlangen.
Geen gezocht gegeven. Veel idolen van weleer, niet bij machte mee te gaan naar het klinkende filmland, raakten in de vergetelheid. George’s filmhondje Uggy – charmeur zoals ‘t baasje – en zijn trouwe chauffeur (James Cromwell) trachten hem nog van het onvermijdelijke te behoeden.
Dujardin en regisseur Hazanavicius werkten eerder samen voor enkele spionagekomedies, knipogend naar de zestiger jaren van de twintigste eeuw (OSS 117: Le Caire, nid d’espions, en OSS 117: Rio ne répond plus - uit 2006 en 2009). Hun nieuwe film The Artist keert verder terug in de tijd, naar het begin van het alfabet van het bewegende beeld: pratende monden werden ooit voorzien van interrumperende tekstkaarten, totdat de introductie van de geluidstechniek nieuwe mogelijkheden bood en een einde maakte aan aangezette mimiek en lichaamstaal.
Hazanavicius draait hier de zandloper om met een reeks vondsten, laat enkele spaarzaam geplaatste geluiden tot speciaal effect komen, terwijl bijna en passant de Beurskrach van 1929 in oorverdovende stilte resoneert met recente gebeurtenissen.
Dujardin en Bejo ronden zijn tragikomische liefdesbrief aan de zwijgende cinema af, in levendig samenspel. Het bijna vierkante beeldkader biedt, samen met de dienstbare muziek van Ludovic Bource, alle ruimte voor Hazanavicius’ innemende ode die verder gaat dan nostalgie: het verlangen van George’s kunstenaarshart is een universele, van alle tijden en van alle harten.
In zwart-wit en met tussentitels is het wellicht even wennen, de retro van The Artist. Ook een prettig tegendraadse, als geheugenopfrisser in het moderne film-abc: in plaats van 3D, terug naar triple A.
Spreken is zilver, zwijgen is goud. Zo’n beetje het adagium van acteur George Valentin (een tiptop Jean Dujardin), genietend van zijn avontuurlijke acties op het witte doek, in het tijdperk van de stomme film - eind jaren ’20.
Geluidloos, en met zijn onweerstaanbare grijns, beneemt hij de adem van het publiek. Totdat de eerste geluidsfilm zijn intrede doet. ‘Dit is de toekomst, George’, legt zijn producent (John Goodman, met sigaar) hem voor.
De wereld, inclusief zijn huwelijk, dreigt te gaan ontploffen in een uitbarsting van geluid, als danseres Peppy Miller (een kokette Bérénice Bejo), die hij even tevoren aan een rolletje hielp, uitgroeit tot de ster van de ‘talkies’: films waarin je mensen echt kunt horen praten. Zal hij nog gezien worden? Zal hij geliefd zijn? Deze artiest kent een eenvoudig, maar herkenbaar hartsverlangen.
Geen gezocht gegeven. Veel idolen van weleer, niet bij machte mee te gaan naar het klinkende filmland, raakten in de vergetelheid. George’s filmhondje Uggy – charmeur zoals ‘t baasje – en zijn trouwe chauffeur (James Cromwell) trachten hem nog van het onvermijdelijke te behoeden.
Dujardin en regisseur Hazanavicius werkten eerder samen voor enkele spionagekomedies, knipogend naar de zestiger jaren van de twintigste eeuw (OSS 117: Le Caire, nid d’espions, en OSS 117: Rio ne répond plus - uit 2006 en 2009). Hun nieuwe film The Artist keert verder terug in de tijd, naar het begin van het alfabet van het bewegende beeld: pratende monden werden ooit voorzien van interrumperende tekstkaarten, totdat de introductie van de geluidstechniek nieuwe mogelijkheden bood en een einde maakte aan aangezette mimiek en lichaamstaal.
Hazanavicius draait hier de zandloper om met een reeks vondsten, laat enkele spaarzaam geplaatste geluiden tot speciaal effect komen, terwijl bijna en passant de Beurskrach van 1929 in oorverdovende stilte resoneert met recente gebeurtenissen.
Dujardin en Bejo ronden zijn tragikomische liefdesbrief aan de zwijgende cinema af, in levendig samenspel. Het bijna vierkante beeldkader biedt, samen met de dienstbare muziek van Ludovic Bource, alle ruimte voor Hazanavicius’ innemende ode die verder gaat dan nostalgie: het verlangen van George’s kunstenaarshart is een universele, van alle tijden en van alle harten.
In zwart-wit en met tussentitels is het wellicht even wennen, de retro van The Artist. Ook een prettig tegendraadse, als geheugenopfrisser in het moderne film-abc: in plaats van 3D, terug naar triple A.
laatste reacties
- Schitterende film op velerlei vlak: fotografisch, inhoudelijk en qua acteerprest...
door Mirjam van Vliet - Goede, spannende politieke hriller. Het plot zat goed in elkaar en het acteerwer...
door Storck - Het feit dat haar zoon door haar moraal prikt zie je wel terug, met name door ko...
door Maarten Goossensen - Briljante film. De sfeer uit de Koude Oorlog wordt perfect weergegeven. Daarbij ...
door Storck - Met het interessante en aangrijpende verhaal dat de film vertelt, had, naar mijn...
door Storck




Plaats reactie